HOCKEY ALGEMEEN

Het Belgische hockey wordt bestuurd door de Koninklijke Belgische Hockey Bond (K.B.H.B.), die in 1907 opgericht werd. Zij is een van de aller-oudste sportfederaties van ons België. 

De vooruitgang van het hockey in België is constant. 
Men telde 12 clubs in 1920, 31 in 1935, 38 in 1950, 58 in 1979, 75 in 2000, 74 in 2003 en momenteel zijn er 68 aangesloten clubs. Meer dan 31.000 spelers en speelsters beoefenen de hockeysport vandaag de dag, daarbij in hun spoor supporters, vrienden en families meevoerend. 50% zijn jongeren -18 jaar en 25% vertegenwoordigen het vrouwelijk geslacht. 

Ons land was in 1924, samen met zes andere Europese naties, één van de oprichters van de Internationale Hockey Federatie, waarvan onze landgenoot René Franck gedurende 18 jaar voorzitter was. De I.H.F. heeft overigens haar zetel in Brussel gevestigd. Vele Belgen zijn lid van de verschillende comités van de I.H.F. (Robert Lycke was er de Algemeen Penningmeester van, Marc Coudron is lid van de FIH Executive Board & Jean-Claude Leclef is lid van de FIH Equipment Advisory Panel) en van de E.H.F. (waarvan Jean-Christophe Capelle lid is van de Executive Board van de EHF).

Het Belgische hockey is eveneens goed vertegenwoordigd in het B.O.I.C. : Paul Urbain is er beheerder van en was toegevoegd hoofd van de afvaardiging in Sydney. 
Het Belgische hockey is regelmatig vertegenwoordigd op de internationale scène. Onze nationale ploeg heeft met name 12 keer deelgenomen aan de Olympische Spelen. In Antwerpen, in 1920, waar zij de bronzen medaille behaalde. 
Vervolgens, in 1928 (4de), 1936 (9de), 1948, 1952, 1956 (7de), 1960 (11de), 1964, 1968 (9de), 1972 (10de), 1976 (9de) en eindigde op de Spelen in Peking (2008) op een 9de plaats. België is 4de geëindigd bij de laatste twee uitgaven van de Europabeker.


HOCKEY, EEN UNIVERSELE SPORT

Hoewel een vorm van hockey al 4.000 jaar geleden voorkwam in Egypte, is het moderne spel zijn evolutie eigenlijk pas begonnen in het begin van de 19e eeuw. 

Het waren de Engelse militairen die het hockey in India geïntroduceerd hebben, alwaar het een nationale sport wordt. De Indische hockeyers zullen zich op de hele planeet onderscheiden en met de Olympische palm gaan strijken van 1928 tot 1964 en in 1980. 

Tot aan het begin van de jaren '70 waren de Olympische Spelen de enige plaats van afspraak voor de wereldelite. Het instellen van de Wereldbeker, van de Europabeker en van de Champions Trophy heeft de vooruitgang van het internationale hockey in de hand gewerkt en meer in de schijnwerpers gezet. Aldus is het hockey een universele sport geworden, die op de vijf continenten wordt beoefend en door 114 nationale federaties, welke tezamen miljoenen spelers en speelsters vertegenwoordigen, wordt geleid.

Dankzij de opkomst van het kunstgras, alsook door belangrijke wijzigingen van de regels, heeft het spel aan levendigheid gewonnen. De grote internationale competities bieden op de dag van vandaag een nog uitzonderlijker en aantrekkelijker spektakel, zowel voor het publiek als voor de media. 

Onze Duitse, Nederlandse, Engelse en Spaanse buren behoren tot de beste landen van de wereld, waarbij ze regelmatig, met de Australiërs en de Pakistaners, de ereplaatsen delen op de meest gewaardeerde toernooien. Het Europese hockey heeft zich trouwens onderscheiden op de Olympische Spelen van Atlanta : een Europese finale heeft de Nederlanders de kans geboden voor het eerst de gouden medaille op de OS in de wacht te slepen. In '98, in Utrecht, hebben de Spanjaarden tijdens de Wereldbeker geen revanche kunnen nemen, zodat de Nederlanders twee overwinningen behaalden tegen dezelfde tegenstander. 

En ziedaar, op de OS te Sydney herhalen de Oranjemannen hun prestatie en behalen een nieuwe Olympische titel nadat ze bijna uitgeschakeld waren. 

Op de Wereldbeker van 2002 in Kuala Lumpur wint Duitsland van Australië terwijl Nederland de derde plaats behaalt tegen Zuid-Korea.


HOCKEY IN BELGIË

De Nationale Herenploeg heeft zich kunnen plaatsen voor de OS in Beijing, dankzij een derde plaats op het Europees kampioenschap in Manchester in augustus 2007.

Deze kwalificatie is het resultaat van een voluntaristische politiek en talrijke investeringen in de jeugd in samenwerking met het BOIC. De jeugdploegen (U16, U18) eindigen regelmatig in de top 3 van de Europese kampioenschappen. De U16 Boys werden zelf Europees kampioen in 2004. De U18 Boys werden in 2009 Europees kampioen.